Ochtendwandeling van 4 juni : genoten van het zachte ochtendlicht langs de kust
Ludwig loopt te ijsberen (strookt eigenlijk niet met de zomerse temperaturen) aan de kleine haven
 Kapitein Yiannis is blij verrast met het schilderijtje van zijn boot - eigenhandig geschilderd door Ludwig- als blijk van waardering voor het mooie werk en dito karakter van de Kapitein
 Hier zijn we aangekomen aan Kaap Tripiti. Yiannias laat zijn boot zo dicht als mogelijk aanmeren aan de grote stenen ; Fernand en Luc staan paraat om ons veilig te laten uitstappen
Indrukwekkende rots die boven het water uitsteekt
De track van de wandeling van vandaag : van de Tripitikloof langs de kust naar Sougia ; een groot gedeelte van de wandeling loopt langs de E4
In het begin van de wandeling, wijken we even van de route af, en bezoeken we de ruïnes van een Venitiaans fort.
De Tripitikloof loopt door het gebergte Lefko Ori en mondt uit in de Libische Zee, tussen de dorpen Sougia en Agia Roumeli. De ingang ligt net als de veel populairdere Samariakloof op de Omaloshoogvlakte.
De bedevaartskapel Profitis Llias, van bovenuit gezien
De Tripitikloof is net als de Samariakloof ongeveer vijftien kilometer lang. Er ligt geen pad of weg door de kloof, waardoor deze zeer moeilijk begaanbaar is. Het wordt zelfs voor geoefende lopers afgeraden om zonder een gids de Tripitikloof te betreden.
We dalen af naar de kust, en komen aan de Tweeschepige kapel Agios Antonios
De site ligt er verlaten bij, en het is fijn er rond te kuieren.
 Einde van onze wandeling : het ons gekende dorp Sougia, van bovenaf gezien
Woensdag 5 juni : Samariakloof
De Lefka Ori, wat letterlijk De Witte Bergen betekent, worden ook wel de Madares genoemd. Het gebergte op Kreta, heeft meer dan 50 toppen boven de 2000 meter, waarvan de hoogste top de Pachnes (2454 m) is. De Lefka Ori vormt de ruggengraat van het Chania District. Qua oppervlakte is het het grootste gebergte van Kreta, maar wat betreft hoogte moet het net iets onder doen voor de top Psiloritis van het Ida gebergte.
Lefka Ori heeft heel veel hoge toppen (meer dan 30 bergtoppen) boven de 2000 meter. De hoogste top is Pachnes (2452 m.) en is maar enkele meters lager dan Psiloritis. De bergketen spant zich uit van west naar oost en stopt dicht bij het district Rethymnon, intussen vele plateaus als bijvoorbeeld Omalos (hoogte 1080 meter) en Askifou (hoogte 730 m) vormend.
In 1962 is het gebied van de Samariakloof uitgeroepen tot nationaal park omdat er bijzondere planten groeien en zeldzame dieren leven, zoals de bedreigde Kri-kri-geit. In de kloof ligt het dorpje Samaria, dat sinds 1965 niet meer wordt bewoond. Tussen de huisjes en ruïnes wandelen de Kri-Kri's ook vandaag de dag soms nog rond.
 Track van de wandeling
De tocht door de kloof begint in Xyloskalo. Hier dient te worden afgedaald langs een houten trap. Deze is vooral aan het begin vrij steil. Tijdens de eerste twee kilometers van de tocht, wordt ongeveer 700 meter afgedaald. Na dit steile stuk, wordt de kapel van Agios Nikolaos bereikt. Vanaf daar is de route wat minder steil.
De kloof is ontstaan doordat een riviertje zich tussen de Psiristra-berg (1766 m.) en de Volakias-berg (2115 m.) door de eeuwen heen een weg door de rotsen heeft geslepen. Hierdoor is de ongeveer zestien kilometer lange kloof ontstaan.
We hadden niet het geluk een Kri-kri-geit te zien, maar moesten ons tevreden stellen met dit tamme geitje
Na ongeveer zes kilometer wordt het dorpje Samaria bereikt. De bewoners hebben het dorpje in 1962 verplicht moeten verlaten op het moment dat de kloof een nationaal park werd. Het dorpje wordt dus niet meer bewoond.
Na Samaria wordt de kerk van de heilige Maria van Egypte (Osia Marias) gepasseerd. Via een verbastering van de naam van deze heilige, is de naam Samaria ontstaan, waar de kloof en het dorpje naar zijn vernoemd.
Na het plaatsje Samaria vervolgt de route zich door de bedding van de rivier. De wandeling gaat over allerlei rotsen en de rivier moet (wanneer deze niet is drooggevallen) een aantal malen overgestoken worden.
Men zegt vaak dat de Samariakloof de langste van Europa is. Dit is echter niet correct. De Franse 'Gorges du Verdon' zijn met hun 21 kilometer net een stukje langer.
In de zomermaanden (afhankelijk van de gesteldheid van het weer) is de kloof open. Als men door de daadwerkelijke kloof wandelt, loopt men in feite op de plaats waar in de wintermaanden de (naamloze) rivier stroomt. In de winter is de kloof dan ook onbegaanbaar en dus gesloten.
De rotsformaties aan de zijkanten van de kloof worden hier steeds spectaculairder. Ze komen ook steeds dichter bij elkaar.
Op sommige plaatsen zijn de wanden 500 meter hoog, terwijl op het smalste punt de wanden slechts vier meter uit elkaar liggen.
Het smalste punt wordt ook wel de IJzeren Poort genoemd (in het Grieks 'Sideroportes').
Na dit spectaculairste stuk wordt het dorpje oud Agia Roumeli bereikt.
De kloof is geopend vanaf mei tot half oktober. Dit is enigszins afhankelijk van de hoeveelheid water die er in de kloof staat.
Bij zware regenval is de kloof gesloten. Dit in verband met de kans op vallend gesteente.
Back to Top